Verhaaltje: Egbert

Een opdracht voor mijn minor waarbij ik een kort verhaaltje moest schrijven (van 150 woorden) die moest beginnen met de zin: ‘Je mag me Egbert noemen.’

´Je mag me Egbert noemen´, zijn stem klinkt kalm en vastberaden. Ik kuch terwijl ik de broodkruimels van de tafel veeg. Er blijven een paar roerloos op de tafel achter. Alsof deze specifieke broodkruimels het besluit hebben genomen tegendraads te zijn vandaag. Bert slaat zijn ogen neer. ´Kun je de kruimeldief niet gebruiken?’ Een zin die ik nooit eerder heb gehoord. Hij dept zijn mondhoeken met een servet en vouwt deze vervolgens op voordat hij opstaat, zijn stoel aanschuift en het witte ding dan in de prullenbak laat vallen. Daarna pakt hij resoluut de kruimeldief.
 
In de woonkamer aangekomen grijp ik Bert stevig vast. In zijn linkerhand heeft hij een boek vast met de titel: ‘Vind je jezelf opnieuw uit in 5 stappen’. ‘Bert, waar gaat dat boek over?’ Hij neemt enkele seconden voordat hij reageert. Plots kijkt hij me diep in mijn ogen. Zijn rechteroog trilt een beetje terwijl hij de woorden uitspreekt. ‘Ik wil dat je me Egbert noemt.’