Door de ogen van een student

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 09-04-2020. Inmiddels zijn we alweer een halfjaar verder.

Terwijl ik dit schrijf, bevinden wij ons allen te midden van de zogeheten coronacrisis. Het nieuws zal niemand ontgaan zijn want overal waar ik klik, komt het woordje ‘corona’ tevoorschijn. Het is een bizarre tijd. Vroeger in de oorlog werden jongeren van huis gehaald om te vechten in het leger. Nu worden wij verplicht om thuis te blijven en dat doe ik dan ook. Dat is het minste wat ik kan doen voor de mensen om mij heen en voor de kwetsbare groepen.

Ik ben mij ervan bewust dat ik het zo slecht nog niet heb op dit moment. Ik ben gezond, ik werk niet in de zorg en ik studeer nog. En over dat laatste wil ik het graag hebben. Want ik kan u garanderen, het is momenteel een bizarre situatie in het onderwijs. In de ochtend word ik gewekt door de vogels en vervolgens heb ik alle tijd om mijn ontbijtje te maken en die rustig op te eten terwijl de zon naar binnen schijnt. Voor mij voelt deze periode een beetje als de tijd van de eindexamens op de middelbare school. Dan was het heerlijk weer maar werd er eigenlijk van je verwacht dat je je door examenbundels heen ploeterde. Dat deed ik dan ook braaf, net als zoals nu eigenlijk. Al is de motivatie soms ietwat ver te zoeken. De hele schoolstructuur is natuurlijk weggevallen en dat vergt aardig wat discipline. En die discipline begint eigenlijk al na mijn ontbijt. De eerste vraag is of ik mijn joggingbroek en T-shirt inruil voor ‘normale’ kleding. Wanneer het antwoord ja is dan ben ik een stapje dichterbij een geslaagde en productieve dag. Al moet ik bekennen dat ik de helft van de tijd toch spendeer in die grijze joggingbroek. Want die zit nu eenmaal zo lekker. En het mooie is dat niemand het door heeft, afgezien van mijn ouders dan.

Mijn lessen vinden nu voornamelijk plaats via ‘Teams’, dit is een soort Skype. Je belt eigenlijk tegelijkertijd met je docent en je klasgenoten en daarbij staat je webcam aan. Je bent dan dus aan het videobellen met je hele klas en ondertussen kan ik mijn docent ook nog zien en horen. Ik moet zeggen dat mijn respect voor de docenten groot is. Vooral in deze tijd vergt het een behoorlijke mate van flexibiliteit en creativiteit om de lesstof over te brengen en contact te behouden met de studenten. Vandaag had ik een één-op-één gesprek met mijn slb’er (studieloopbaanbegeleider). Na wat pogingen kreeg ik mijn slb’er in beeld. Met haar brilletje op zag ik mijn docent zitten op haar zolderkamertje. Dit duurde enkele seconden want daarna viel de verbinding weg. De technologie van tegenwoordig is ontzettend handig maar wij zijn er dan ook erg afhankelijk van in deze tijd. Soms misschien wel iets te afhankelijk.

Na meerdere pogingen, we waren op dit moment zo’n 10 minuten verder, besloten we maar om over te gaan op de telefoon. Want gelukkig laat dat ouderwetse bellen ons toch minder vaak in de steek. We kunnen in ieder geval één ding vaststellen, dit is geen saaie tijd om in te leven. Het ene tentamen gaat via het internet, andere tentamens worden opgeschoven en het is maar de vraag of mensen dit jaar hun propedeuse kunnen gaan halen. Toch doen scholen echt hun best om ervoor te zorgen dat wij niet lijden onder deze coronacrisis. En eerlijk is eerlijk dit valt natuurlijk allemaal in het niet als je het bekijkt in het grotere geheel. Voor iedereen die zich momenteel zorgen maakt over werk, taken en verantwoordelijkheden wil ik zeggen, denk vooral ook goed aan jezelf en aan de mensen om je heen. Wij zijn allemaal mens en het is het niet waard om je in deze tijd gestrest te voelen door een tentamen of iets dergelijks.

Juist in deze tijd vind ik het fijn om te zien dat jongeren voor ouderen koken en dat er boodschappen worden gedaan bij lokale supermarktjes. Iedereen probeert op zijn eigen manier toch een steentje bij te dragen en ik geloof wat dat betreft echt in de goedheid van de mens. Bij deze wil ik dan ook graag iedereen bedanken die een steentje bijdraagt in dit grote geheel. Of dit nu klein of groot is, want soms kan een klein gebaar voor een ander iets groots betekenen.