Meer met minder

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 8-07-2021

Wat is het toch altijd een kunst om je koffer goed in te pakken. En met goed bedoel ik vooral om niet te veel mee te slepen. Ik wil het moment voorkomen dat ik thuiskom van vakantie en de helft van de kleding die ik mee heb genomen niet heb gedragen. Daarom neem ik het besluit om zo min mogelijk mee te nemen. Na een paar minuten ligt er een stapel kleding voor me, een iets grotere stapel dan ik van tevoren in gedachten had. Mijn blik verplaatst zich naar de andere grote stapels in mijn kast. Wat heb ik eigenlijk veel kleding. Een dag later doneer ik twee grote zakken vol.

Het lijkt wel alsof ik met ieder kledingstuk dat ik wegdoe meteen een beetje meer ruimte krijg in mijn hoofd. Dit gevoel wordt bevestigd wanneer ik een onderzoek van de Universiteit Leuven tegenkom waarin staat dat het wetenschappelijk bewezen is dat het leegruimen van overvolle kasten en het schoonvegen van agenda’s gelukkig maken. Ik moet lachen, reclames verkopen het idee dat je gelukkig wordt wanneer je een bepaald product aanschaft, dit geluk is alleen vaak van korte duur. Is het dan niet slimmer om te kiezen voor het opruimen en het wegdoen van spullen. Dat scheelt ruimte, geld en tijd en het levert je ook nog eens een tevreden gevoel op. Een win-winsituatie dus. 

Het nieuwe studiejaar breekt aan en dat betekent dat ik een aantal studieboeken van vorig jaar weer kan verkopen aan andere studenten. Pakketjes vliegen de deur uit en mijn eigen boekenkast gaat ook door een selectie. Alleen mijn favoriete klassiekers blijven uiteindelijk over. Wanneer je Nederlands studeert, is het aan te raden om een abonnement te nemen op de bieb Dan zijn al die boeken die stof lopen te vangen ook niet meer nodig. Daarnaast voelt het goed om een ander een plezier te kunnen doen en is het een stuk duurzamer. Etiketten worden geprint en enveloppen worden verstuurd. Het mannetje van het postkantoor herkent me inmiddels van mijlenver.

Een week later wordt ons opblaaszwembad opgehaald en begin ik met het uitzoeken van mijn oude speelgoed. Af en toe zie ik mijn ouders met een schuin oog meekijken, maar ik merk dat ze het hele proces wel kunnen waarderen.  Ik kom tot het besef dat al deze spullen mij niet identificeren. Aan sommige spullen heb ik mooie herinneringen maar ik ben dezelfde persoon zonder deze voorwerpen. Daarnaast ben ik van mening dat een huis het best kan dienen als een leefruimte en niet als een opslagruimte. Van mijn moeder, een yogadocent in hart en nieren, leerde ik al vroeg: ´De ruimte waarin iemand leeft, is vaak een weerspiegeling van de geest´. En dat kan ik beamen.

Mijn conclusie van dit grote opruimproject is dat meer echt niet altijd beter is, integendeel. Denk maar aan de bekende quote van architect Ludwig Mies van der Rohe: ‘Less is more’.

Ik kijk tevreden rond, opgeruimd staat netjes. Het nieuwe schooljaar kan beginnen met meer ruimte in mijn kamer en meer rust in mijn hoofd.

Jong en oud

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 13-01-2021

Na een fijne wandeling met mijn oma kwam ik helemaal voldaan en tevreden thuis. Deze wandeling had mij goed gedaan. Ik had de vogels horen fluiten en een interessant gesprek gevoerd. Hoe kan het toch dat het gefluit van vogels mij altijd een instant gevoel van vrijheid geeft? Een vraagstuk voor een andere keer. Met name één bepaald onderwerp was me bijgebleven na ons gesprek. En dit onderwerp had eigenlijk niets met vreemde vogels of andere hoogvliegers te maken. Nee, het onderwerp waar ik op doel ging over de omgang van jongeren met ouderen.

Ik vroeg mijn oma tijdens de wandeling hoe zij aankeek tegen de jeugd van tegenwoordig. Een vraag die ik stelde was bijvoorbeeld: ‘Toont de jeugd van tegenwoordig n.og respect tegenover ouderen?’ In kranten en op het nieuws worden deze groepen vaak lijnrecht tegenover elkaar gezet. Dat vind ik jammer. Ouderen zijn ook jong geweest en wij jongeren hopen natuurlijk nog vele jaren voor ons te hebben en ook oud te worden.

Mijn oma glimlachte en vertelde mij toen dat het haar juist opviel dat met name jongeren haar opgewekt begroeten. Mijn oma fietst nogal graag en zij liet mij weten dat ze altijd blij wordt van jongeren die haar gedag zeggen. Op het moment dat ze die zin uitsprak merkte ik dat ik dit een antwoord was waar ik blij van werd.

Het doet me goed om te horen dat ouderen zich gerespecteerd voelen. Op de basisschool vond ik oudere mensen altijd schattig. Ik zag dan op weg naar school ouderen samen hand in hand lopen en smolt dan zelf bijna van mijn fiets af.

Ik merk bij mezelf dat ik nu nog steeds bewondering heb voor mensen die ouder zijn dan ik omdat ze veel meer hebben meegemaakt. Ze hebben meer verantwoordelijkheden en ze dragen vaak veel wijsheid bij zich. Het cliché luidt niet voor niets: ‘Wijsheid komt met de jaren.’

Het heeft ook iets moois natuurlijk, ouder worden.  Je wordt wijzer, hebt meer ervaring, kunt beter relativeren en vaak weet je veel beter waar je prioriteiten liggen. Je kunt beter keuzes maken omdat je jezelf beter kent en dus ook beter weet wat je wilt. FOMO valt weg, ik zou mij goed kunnen voorstellen dat men dit woord helemaal niet kent. FOMO is de afkorting van: Fear Of Missing Out. Een term die jongeren regelmatig gebruiken. Eigenlijk kun je het een beetje zien als keuzestress

Een groot dankwoord aan alle opa’s, oma’s en ouderen die geloven in de jeugd. Uiteindelijk lijken we natuurlijk ook wel op elkaar. We hebben iets minder levenservaring, maar wij worden uiteindelijk ook een dagje ouder met zijn allen. Mijn vertrouwen in de jeugd is er en ik ben gerustgesteld. En stiekem ook een beetje trots, want we doen het toch allemaal samen. We zijn er voor elkaar. 

Eén ding is zeker: fluitende vogels geven een gevoel van vrijheid. Maar vrijheid is eeuwig en deze quote van David Bowie klinkt ook als muziek in mijn oren:
 
Ouder worden is een fascinerend proces, waarin we worden wie we altijd al hadden moeten zijn.´ En zo is het. C´est la vie.

Door de ogen van een student

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 09-04-2020. Inmiddels zijn we alweer een halfjaar verder.

Terwijl ik dit schrijf, bevinden wij ons allen te midden van de zogeheten coronacrisis. Het nieuws zal niemand ontgaan zijn want overal waar ik klik, komt het woordje ‘corona’ tevoorschijn. Het is een bizarre tijd. Vroeger in de oorlog werden jongeren van huis gehaald om te vechten in het leger. Nu worden wij verplicht om thuis te blijven en dat doe ik dan ook. Dat is het minste wat ik kan doen voor de mensen om mij heen en voor de kwetsbare groepen.

Ik ben mij ervan bewust dat ik het zo slecht nog niet heb op dit moment. Ik ben gezond, ik werk niet in de zorg en ik studeer nog. En over dat laatste wil ik het graag hebben. Want ik kan u garanderen, het is momenteel een bizarre situatie in het onderwijs. In de ochtend word ik gewekt door de vogels en vervolgens heb ik alle tijd om mijn ontbijtje te maken en die rustig op te eten terwijl de zon naar binnen schijnt. Voor mij voelt deze periode een beetje als de tijd van de eindexamens op de middelbare school. Dan was het heerlijk weer maar werd er eigenlijk van je verwacht dat je je door examenbundels heen ploeterde. Dat deed ik dan ook braaf, net als zoals nu eigenlijk. Al is de motivatie soms ietwat ver te zoeken. De hele schoolstructuur is natuurlijk weggevallen en dat vergt aardig wat discipline. En die discipline begint eigenlijk al na mijn ontbijt. De eerste vraag is of ik mijn joggingbroek en T-shirt inruil voor ‘normale’ kleding. Wanneer het antwoord ja is dan ben ik een stapje dichterbij een geslaagde en productieve dag. Al moet ik bekennen dat ik de helft van de tijd toch spendeer in die grijze joggingbroek. Want die zit nu eenmaal zo lekker. En het mooie is dat niemand het door heeft, afgezien van mijn ouders dan.

Mijn lessen vinden nu voornamelijk plaats via ‘Teams’, dit is een soort Skype. Je belt eigenlijk tegelijkertijd met je docent en je klasgenoten en daarbij staat je webcam aan. Je bent dan dus aan het videobellen met je hele klas en ondertussen kan ik mijn docent ook nog zien en horen. Ik moet zeggen dat mijn respect voor de docenten groot is. Vooral in deze tijd vergt het een behoorlijke mate van flexibiliteit en creativiteit om de lesstof over te brengen en contact te behouden met de studenten. Vandaag had ik een één-op-één gesprek met mijn slb’er (studieloopbaanbegeleider). Na wat pogingen kreeg ik mijn slb’er in beeld. Met haar brilletje op zag ik mijn docent zitten op haar zolderkamertje. Dit duurde enkele seconden want daarna viel de verbinding weg. De technologie van tegenwoordig is ontzettend handig maar wij zijn er dan ook erg afhankelijk van in deze tijd. Soms misschien wel iets te afhankelijk.

Na meerdere pogingen, we waren op dit moment zo’n 10 minuten verder, besloten we maar om over te gaan op de telefoon. Want gelukkig laat dat ouderwetse bellen ons toch minder vaak in de steek. We kunnen in ieder geval één ding vaststellen, dit is geen saaie tijd om in te leven. Het ene tentamen gaat via het internet, andere tentamens worden opgeschoven en het is maar de vraag of mensen dit jaar hun propedeuse kunnen gaan halen. Toch doen scholen echt hun best om ervoor te zorgen dat wij niet lijden onder deze coronacrisis. En eerlijk is eerlijk dit valt natuurlijk allemaal in het niet als je het bekijkt in het grotere geheel. Voor iedereen die zich momenteel zorgen maakt over werk, taken en verantwoordelijkheden wil ik zeggen, denk vooral ook goed aan jezelf en aan de mensen om je heen. Wij zijn allemaal mens en het is het niet waard om je in deze tijd gestrest te voelen door een tentamen of iets dergelijks.

Juist in deze tijd vind ik het fijn om te zien dat jongeren voor ouderen koken en dat er boodschappen worden gedaan bij lokale supermarktjes. Iedereen probeert op zijn eigen manier toch een steentje bij te dragen en ik geloof wat dat betreft echt in de goedheid van de mens. Bij deze wil ik dan ook graag iedereen bedanken die een steentje bijdraagt in dit grote geheel. Of dit nu klein of groot is, want soms kan een klein gebaar voor een ander iets groots betekenen.