Een analyse van de wandelaar

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 02-07-2020.

Het lijkt wel alsof we met zijn allen massaal aan het wandelen zijn geslagen. En dit verschijnsel is positief, want wandelen is namelijk ontzettend gezond. 

Wanneer ik mijn huis verlaat om een frisse neus te halen, kan ik mij verwonderen over alle verschillende soorten mensen en types die mij voorbij wandelen of fietsen. Let maar eens op, tijdens het wandelen kom je van allerlei verschillende mensen tegen. Je zou de wandelaars uit deze omgeving bijna kunnen categoriseren in groepen. Ik ben benieuwd of de wandelaars onder ons zich hierin kunnen herkennen. Hier een kleine greep uit de wandelaars die ik zo nu en dan tegenkom. Neem deze analyse overigens met een flinke korrel zout.

Laten we beginnen met het oudere stel dat al een hele poos bij elkaar is en nog steeds hun dagelijkse rondje loopt. Meestal wordt er tijdens de wandeling niet veel gezegd. Maar ik kan er wel van genieten, zo’n ouder stel komt vaak vertederend op je over. Dit dagelijkse ritueel zouden de millennials (de generatie die geboren is tussen 1980 en 1996) omschrijven als: ‘couple goals’. En ik moet bekennen dat ik ook op deze manier oud zou willen worden.

Verder heb je het jonge gezin met kinderen, waarbij de vader vaak voorop loopt en de vrouw glimlachend bij de kinderwagen staat en wacht op haar andere kind dat iets achterop is geraakt. De man heeft in dit geval niet door dat zijn vrouw stilstaat en aan het wachten is.

Je hebt de oudere man die graag contact maakt maar die niet heel veel woorden uit zijn mond krijgt wanneer je hem tegemoet loopt. Vaak komt er gelukkig altijd wel een vriendelijk knikje vanaf.

Dan heb je de doorgewinterde wandelaars die zelfs in de zomer met hoge sokken en rugzakken vol overlevingspakketten rondlopen. Die hoge sokken zijn trouwens aan te raden tegen de vervelende beestjes genaamd teken, maar dat terzijde. Deze groep wandelaars kijkt meestal een beetje verdwaald om zich heen, alsof ze er al een hele reis op hebben zitten. Een enkele keer wordt de kaart met aanwijzingen erbij gepakt, de telefoon daarentegen blijft opgeborgen in de rugzak.

Je hebt de vriendinnen uit het dorp die gezond willen blijven door elke week samen een rondje te lopen en bij te kletsen over de kunst van het leven en alle facetten die daarbij horen.

Af en toe komt er een hardloper of hardloopster voorbij. Deze mensen rennen vaak alleen. Het valt mij trouwens op dat mannen vaak ‘hallo’ zeggen en duidelijk willen maken dat ze er al heel wat kilometers op hebben zitten. De vrouwen die mij voorbij rennen daarentegen, trekken zich vaak terug wanneer ze langs mij heen rennen. Ze hebben hun oortjes in en maken liever geen contact. Soms lijkt het bijna alsof ze zich schamen voor het feit dat ze aan het rennen zijn, als ik het even heel zwart-wit mag benoemen. Daarin zou je bijna een soort tegenpool kunnen zien. Maar dit is natuurlijk voor iedereen verschillend. Het zou ook goed kunnen dat de hardloopsters juist deze tijd lekker voor zichzelf willen nemen en even niet teveel willen met de omgeving. Hardlopers en hardloopsters krijgen in ieder geval zeker mijn respect, want ze geven toch net dat tandje extra.

De laatste groep die bij mij opkomt is het nette stel dat eigenlijk iets te net gekleed is voor een wandeling in de natuur en dus waarschijnlijk niet meer dan een kwartiertje gaat lopen. Vaak doen ze het meer voor de vorm, voor het idee, of om hun nieuwe kleding te kunnen dragen en eventueel te kunnen laten zien wat voor een nette, gegoede mensen het eigenlijk zijn.

Nu in de coronatijd (want de anderhalve-meter-samenleving geldt op het moment dat ik dit schrijf nog steeds), kun je natuurlijk ook een onderscheid maken tussen de mensen die met 1,5 meter langs je heen lopen, de mensen die de 1,5 meterregel totaal lijken te zijn vergeten, de mensen die je vragend aan blijven kijken en vervolgens langs de kant blijven staan om te kijken wat jij gaat doen. En de mensen die met zo’n grote boog om je heen lopen en bij wijze van een hele andere route nemen en snel een ander pad inslaan wanneer ze je zien. Maar wie weet, misschien heeft dat laatste minder met corona te maken dan ik denk.

Het is in ieder geval altijd een avontuur en het is nooit saai, zo’n wandeling. Misschien kijkt u nu toch iets anders naar de persoon die u een volgende keer tijdens het wandelen tegenkomt, wie weet. En waar ik mijzelf onder zou scharen? Dat laat ik veilig in het midden.

Take care!

Door de ogen van een student

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 09-04-2020. Inmiddels zijn we alweer een halfjaar verder.

Terwijl ik dit schrijf, bevinden wij ons allen te midden van de zogeheten coronacrisis. Het nieuws zal niemand ontgaan zijn want overal waar ik klik, komt het woordje ‘corona’ tevoorschijn. Het is een bizarre tijd. Vroeger in de oorlog werden jongeren van huis gehaald om te vechten in het leger. Nu worden wij verplicht om thuis te blijven en dat doe ik dan ook. Dat is het minste wat ik kan doen voor de mensen om mij heen en voor de kwetsbare groepen.

Ik ben mij ervan bewust dat ik het zo slecht nog niet heb op dit moment. Ik ben gezond, ik werk niet in de zorg en ik studeer nog. En over dat laatste wil ik het graag hebben. Want ik kan u garanderen, het is momenteel een bizarre situatie in het onderwijs. In de ochtend word ik gewekt door de vogels en vervolgens heb ik alle tijd om mijn ontbijtje te maken en die rustig op te eten terwijl de zon naar binnen schijnt. Voor mij voelt deze periode een beetje als de tijd van de eindexamens op de middelbare school. Dan was het heerlijk weer maar werd er eigenlijk van je verwacht dat je je door examenbundels heen ploeterde. Dat deed ik dan ook braaf, net als zoals nu eigenlijk. Al is de motivatie soms ietwat ver te zoeken. De hele schoolstructuur is natuurlijk weggevallen en dat vergt aardig wat discipline. En die discipline begint eigenlijk al na mijn ontbijt. De eerste vraag is of ik mijn joggingbroek en T-shirt inruil voor ‘normale’ kleding. Wanneer het antwoord ja is dan ben ik een stapje dichterbij een geslaagde en productieve dag. Al moet ik bekennen dat ik de helft van de tijd toch spendeer in die grijze joggingbroek. Want die zit nu eenmaal zo lekker. En het mooie is dat niemand het door heeft, afgezien van mijn ouders dan.

Mijn lessen vinden nu voornamelijk plaats via ‘Teams’, dit is een soort Skype. Je belt eigenlijk tegelijkertijd met je docent en je klasgenoten en daarbij staat je webcam aan. Je bent dan dus aan het videobellen met je hele klas en ondertussen kan ik mijn docent ook nog zien en horen. Ik moet zeggen dat mijn respect voor de docenten groot is. Vooral in deze tijd vergt het een behoorlijke mate van flexibiliteit en creativiteit om de lesstof over te brengen en contact te behouden met de studenten. Vandaag had ik een één-op-één gesprek met mijn slb’er (studieloopbaanbegeleider). Na wat pogingen kreeg ik mijn slb’er in beeld. Met haar brilletje op zag ik mijn docent zitten op haar zolderkamertje. Dit duurde enkele seconden want daarna viel de verbinding weg. De technologie van tegenwoordig is ontzettend handig maar wij zijn er dan ook erg afhankelijk van in deze tijd. Soms misschien wel iets te afhankelijk.

Na meerdere pogingen, we waren op dit moment zo’n 10 minuten verder, besloten we maar om over te gaan op de telefoon. Want gelukkig laat dat ouderwetse bellen ons toch minder vaak in de steek. We kunnen in ieder geval één ding vaststellen, dit is geen saaie tijd om in te leven. Het ene tentamen gaat via het internet, andere tentamens worden opgeschoven en het is maar de vraag of mensen dit jaar hun propedeuse kunnen gaan halen. Toch doen scholen echt hun best om ervoor te zorgen dat wij niet lijden onder deze coronacrisis. En eerlijk is eerlijk dit valt natuurlijk allemaal in het niet als je het bekijkt in het grotere geheel. Voor iedereen die zich momenteel zorgen maakt over werk, taken en verantwoordelijkheden wil ik zeggen, denk vooral ook goed aan jezelf en aan de mensen om je heen. Wij zijn allemaal mens en het is het niet waard om je in deze tijd gestrest te voelen door een tentamen of iets dergelijks.

Juist in deze tijd vind ik het fijn om te zien dat jongeren voor ouderen koken en dat er boodschappen worden gedaan bij lokale supermarktjes. Iedereen probeert op zijn eigen manier toch een steentje bij te dragen en ik geloof wat dat betreft echt in de goedheid van de mens. Bij deze wil ik dan ook graag iedereen bedanken die een steentje bijdraagt in dit grote geheel. Of dit nu klein of groot is, want soms kan een klein gebaar voor een ander iets groots betekenen.