De acht regels van The School of Life


Vorig jaar kwam ik een aantal regels van The school of Life tegen. Deze regels had ik opgeschreven omdat ik wist dat ik ze ooit wel weer zou vergeten. Nu, een jaar later kan ik me net zo verwonderen over de kunst van deze regels. Een regel klinkt misschien een beetje als een opgelegd iets maar ik zie deze inzichten meer als een soort handleiding die je mag gebruiken. Aangezien ik een aantal regels zo mooi en relativerend vind, heb ik ze hieronder nogmaals opgeschreven. 8 regels over het leven en over de mens die ook maar iets doet en het vooral zo goed probeert te doen allemaal.

Wat is ´The school of Life?’
The School of Life is een educatief bedrijf dat advies geeft over levenskwesties. Het werd in 2008 opgericht door een aantal intellectuelen en heeft vestigingen in Londen, Antwerpen, Amsterdam, Berlijn, Istanbul, Mexico City, Parijs, São Paulo, Seoul en Taipei.

Hieronder vind je acht regels die The school of Life belangrijk vindt om mee te geven.

1. Imperfectie
Volgens The school of Life zijn wij mensen imperfecte wezens. We zijn allemaal weleens bang, onzeker en we hebben allemaal wel ergens spijt van gehad. Niemand is normaal. De enige mensen die we als normaal zouden bestempelen, zijn de mensen die we helemaal niet zo goed kennen.

2. Vriendschap

Het herkennen dat ieder van ons zwaktes kent en fouten maakt, zou ons helpen om meer verbinding te voelen met onszelf en met anderen. Het maakt dat we ons kwetsbaarder durven op te stellen. Deze kwetsbaarheid en echtheid vormt de basis van de echte en diepgaande vriendschap, waar we allemaal naar verlangen. Mensen krijgen nu eenmaal niet het leven wat ze denken te verdienen. We zijn een stuk gelukkiger wanneer we accepteren dat het leven nu eenmaal mindere momenten bevat. The school of Life heeft het over: ‘random terrible things’, dit zijn minder fijne dingen waar je geen invloed op hebt en die veel van ons zullen overkomen. Het is belangrijk om minder snel te oordelen. Een belangrijke boodschap is dan ook: wees lief.

3. Ken je waanzin

We kunnen anderen waarschuwen wanneer we ons wat minder voelen en we in een gekke bui zijn. We zouden een antwoord klaar moeten hebben wanneer iemand ons zou vragen: Waarom doe je zoals je doet/waarom ben je boos? Meestal is woede terug te brengen naar je jeugd. Geen mens heeft ooit een ‘normale’ kindertijd gehad. Er bestaat niet iets als ‘normaal’ en dit is geen verwijt naar ouders.

4. Accepteer dat je je soms als een idioot kunt gedragen.
Ren niet weg van de gedachte dat je een idioot zou kunnen zijn. Accepteer dat je een idioot bent maar dat er geen ander alternatief is. We zijn op aarde met zeven biljoen andere idioten. Omhels het feit dat je af en toe een kluns bent. Leer om comfortabel te zijn met jezelf en vergeet de schaamte en verlegenheid.

5. Goed genoeg

Een alternatief voor perfectie is niet falen maar het vrede maken met het idee dat we allemaal goed genoeg zijn. We zijn goed genoeg als ouders, mensen, werkers. Het leven is niet ergens anders maar het is hier en nu.

6. Verder dan romantiseren
Niemand is ooit helemaal goed of helemaal fout. Echte liefde is niet meer dan geduld, compassie en vertrouwen hebben voor elkaars zwakkere punten en momenten. Liefde is de capaciteit om om te gaan met een ander zijn/haar minder indrukwekkende momenten. Liefde zou elkaar verder moeten helpen.

7. Vrolijke wanhoop
Wij mensen staan soms onder een oneerlijke druk om continu te moeten lachen. Maar het leven gaat niet altijd over rozen. We kunnen frustratie, miscommunicatie en nog veel meer verwachten. En het is toegestaan om melancholisch te zijn. Melancholie is geen woede of bitterheid, het is een nobel soort verdriet dat ontstaat wanneer we openstaan ​​voor het feit dat teleurstelling de kern vormt van menselijke ervaringen. In onze melancholische toestand kunnen we zonder woede of sentimentaliteit begrijpen dat niemand iemand anders volledig begrijpt, en dat elk leven zijn volledige mate van verdriet kent. We zijn niet individueel vervloekt en tegen de achtergrond van duisternis zouden veel kleine magische dingen moeten opvallen: een zonnige dag, een drijvende wolk, zonsopgang en zonsondergang, een tedere blik. Je mag wanhopig zijn maar doe dat met blijdschap en geloof in blije wanhoop.

8. Overstijg jezelf
We staan ​​nergens in het middelpunt van. En dat is maar fijn ook. We zijn minuscule bundels van vluchtige materie op een oneindig kleine hoek van een grenzeloos universum. We tellen geen klein beetje mee in het grotere plan en dat zou een bevrijding moeten zijn. We zouden verlichting moeten putten uit de gedachte aan de vriendelijke onverschilligheid van ruimtelijke oneindigheid, een eeuwigheid waar niemand het zal opmerken en waar de wind de rotsen in de ruimte tussen de sterren erodeert.

eroderen - Werkwoord 1. ergatief (geologie) door de schurende werking van wind of water afslijten 
♢ De ene laag erodeert sneller dan de andere. 2. (ov) door schuring doen afslijten 
♢ De vloedgolf heeft de oevers flink geërodeerd.

Kosmische nederigheid die ons door de natuur, de geschiedenis en de lucht boven ons wordt geleerd, is een zegen en een constant alternatief voor een leven van hectisch gedrag, humorloosheid en angstige trots. Onze beste kennis is zowel in ons verankerd als toch niet effectief voor ons. We vergeten namelijk bijna alles. Ons enthousiasme en onze voornemens kunnen worden afgeschrikt en kunnen vervagen als sterren bij een zonsopgang. Er blijft niet veel plakken en juist om deze reden moeten we leren terug te komen op de dingen.

Gelukkig kun je altijd terugkomen naar deze pagina, waar de 8 regels blijven staan.


Meer met minder

Dit stuk schreef ik voor het blad: De Hessencombinatie op 8-07-2021

Wat is het toch altijd een kunst om je koffer goed in te pakken. En met goed bedoel ik vooral om niet te veel mee te slepen. Ik wil het moment voorkomen dat ik thuiskom van vakantie en de helft van de kleding die ik mee heb genomen niet heb gedragen. Daarom neem ik het besluit om zo min mogelijk mee te nemen. Na een paar minuten ligt er een stapel kleding voor me, een iets grotere stapel dan ik van tevoren in gedachten had. Mijn blik verplaatst zich naar de andere grote stapels in mijn kast. Wat heb ik eigenlijk veel kleding. Een dag later doneer ik twee grote zakken vol.

Het lijkt wel alsof ik met ieder kledingstuk dat ik wegdoe meteen een beetje meer ruimte krijg in mijn hoofd. Dit gevoel wordt bevestigd wanneer ik een onderzoek van de Universiteit Leuven tegenkom waarin staat dat het wetenschappelijk bewezen is dat het leegruimen van overvolle kasten en het schoonvegen van agenda’s gelukkig maken. Ik moet lachen, reclames verkopen het idee dat je gelukkig wordt wanneer je een bepaald product aanschaft, dit geluk is alleen vaak van korte duur. Is het dan niet slimmer om te kiezen voor het opruimen en het wegdoen van spullen. Dat scheelt ruimte, geld en tijd en het levert je ook nog eens een tevreden gevoel op. Een win-winsituatie dus. 

Het nieuwe studiejaar breekt aan en dat betekent dat ik een aantal studieboeken van vorig jaar weer kan verkopen aan andere studenten. Pakketjes vliegen de deur uit en mijn eigen boekenkast gaat ook door een selectie. Alleen mijn favoriete klassiekers blijven uiteindelijk over. Wanneer je Nederlands studeert, is het aan te raden om een abonnement te nemen op de bieb Dan zijn al die boeken die stof lopen te vangen ook niet meer nodig. Daarnaast voelt het goed om een ander een plezier te kunnen doen en is het een stuk duurzamer. Etiketten worden geprint en enveloppen worden verstuurd. Het mannetje van het postkantoor herkent me inmiddels van mijlenver.

Een week later wordt ons opblaaszwembad opgehaald en begin ik met het uitzoeken van mijn oude speelgoed. Af en toe zie ik mijn ouders met een schuin oog meekijken, maar ik merk dat ze het hele proces wel kunnen waarderen.  Ik kom tot het besef dat al deze spullen mij niet identificeren. Aan sommige spullen heb ik mooie herinneringen maar ik ben dezelfde persoon zonder deze voorwerpen. Daarnaast ben ik van mening dat een huis het best kan dienen als een leefruimte en niet als een opslagruimte. Van mijn moeder, een yogadocent in hart en nieren, leerde ik al vroeg: ´De ruimte waarin iemand leeft, is vaak een weerspiegeling van de geest´. En dat kan ik beamen.

Mijn conclusie van dit grote opruimproject is dat meer echt niet altijd beter is, integendeel. Denk maar aan de bekende quote van architect Ludwig Mies van der Rohe: ‘Less is more’.

Ik kijk tevreden rond, opgeruimd staat netjes. Het nieuwe schooljaar kan beginnen met meer ruimte in mijn kamer en meer rust in mijn hoofd.